Overslaan en naar de inhoud gaan

Pijlers van Leerwijzer

Sterk geïndividualiseerde aanpak

Kleine klasgroepen staan de leerkracht toe om de didactiek aan te passen aan de leerling en niet omgekeerd. Daarom hangen wij er ook geen vaste methode aan, zoals Freinet, Steiner en t.q. Elke leerling is namelijk anders en vraagt een specifieke opvang. Dit is materieel onmogelijk in een grote groep. Daarom ook een beperking van het totaal aantal leerlingen. Ook op dit nog beperkt macro-vlak kunnen we aan sterke individuele begeleiding doen.

De methodes die we gebruiken zijn zo wetenschappelijk mogelijk. Dit betekent per definitie dat ze permanent aangepast worden. Het heeft als gevolg dat het kader zich uiterst wetenschappelijk blijft scholen in congressen, dikwijls in het buitenland, waarna deze de medewerkers kan voorlichten en op de hoogte houden van alles wat op wetenschappelijk vlak nieuw kon vernomen worden. Op deze wijze is er niet één methode, maar zoveel mogelijk de psycho-pedagogische wetenschap die het didactisch handelen zal sturen.

Herbeginnen vanop het niveau waarop de pedalen verloren werden

 

Onafhankelijk van leeftijd en vorig opleidingsniveau, wordt de nieuwe leerling, indien nodig na te zijn getest en in onderling overleg met de ouders, hernomen vanaf zijn nog gekend basisniveau. Psychologisch is dit van groot belang omdat velen een erg zwakke motivatie hebben opgebouwd, daar ze dikwijls al geruime tijd niet meer meekonden met de vergelijkbare anderen van hun peergroup.

Het gevoel krijgen dat het hen aangeleerde ineens wél weer begrijpelijk is, is een absolute vereiste voor de verdere evolutie.

Doordat ze dikwijls al geruime tijd niet meer meekonden, bouwden ze een erg zwakke motivatie op.

Leerlingen laten instromen op een hoger niveau

 

Indien iemand wél de capaciteiten heeft om een hogere secundaire richting te volgen, maar door de watervalproblematiek neerwaarts werd georiënteerd en dààrdoor gedemotiveerd werd, kan, via de examencommissie, toch weer de draad opnemen met een studierichting die analoog is aan zijn capaciteiten. Op zich geeft dit reeds een hogere zelfwaarde. En alleen deze hogere zelfwaarde is dé intrinsieke motivator die de noodzakelijke dynamiek kan losweken van een dikwijls reeds jaren ongemotiveerde leerling.

De ervaring leert ons dat dit een belangrijke reden is waarom de leerlingen, ook van 18 jaar, de bijhorende discipline aanvaarden.

Stellen van hoge eisen aan de medewerkers

 

Bachelor of master, directielid of internaatsbegeleider, paramedicus of logopedist, ieder dient hetzelfde doel voor ogen te hebben en bereid zijn zich permanent bij te scholen. Daarom is het niet-gesubsidieerd zijn een spijtig voordeel, want daardoor hoeven geen uitgebluste vast-benoemden te worden ingeschakeld. De directeur, op dat moment ook bedrijfsleider, kan selecteren en loon als onderhandelbare materie beschouwen, maar staat ook in voor de opleiding van zichzelf en zijn medewerkers.

Ook de organisatie kan zich dan medewerkers permitteren die de administratieve en organisatorische omkadering uitmaken. Dit staat de pedagogische medewerkers toe zich volledig op hùn taak te concentreren.

Aantrekkelijke ontspanning in een gedisciplineerd en niet-luxueus internaat

 

Discipline staat bij ons vooraan. Geen ijzeren wet-discipline, wel een respectvol omgaan met mensen en dingen, waardoor vooral een grote voorspelbaarheid gecreëerd wordt. Deze voorspelbaarheid is op zich dan weer angst- en stressreducerend en dus rustigmakend.

Een basisvoorwaarde om je open te stellen voor (soms onaangenaam) leren.

Pas door de permanente verbinding tussen de intensieve studie en het daaropvolgend en erdoor veroorzaakt succes, kan een leerling autonoom gemotiveerd worden

Intensieve studiebegeleiding

 

De meeste leerlingen die moeilijkheden ervaarden, zijn de relatie tussen inspanning en positief gevolg kwijt. Deze associatie is verbroken en dient hersteld. Niet alleen vanwege de positieve gevolgen voor studies, doch ook voor het opvijzelen van het zelfbeeld. Want uiteraard is dit, veelal na een periode van mislukkingen, ernstig afgebrokkeld. En zonder zo'n positief zelfbeeld is elke inspanning bij voorbaat gedoemd om te mislukken. Dit positief zelfbeeld wordt echter niet gecreëerd door enige vorm van psychotherapie of overtuigende sermoenen, maar door de ervaring dat de geleverde inspanningen succes hebben.

Daarom ook het belang van een internaat: pas op die manier kan men de leerling, afhankelijk van de leeftijd, verplichten om met begeleiding 's avonds intensief te studeren. Deze verplichte collectieve, maar individueel begeleide studie, leidt dan noodzakelijkerwijze tot succes op de toetsen achteraf. Pas door de permanente verbinding tussen de intensieve studie en het daaropvolgend en erdoor veroorzaakt succes, kan een leerling autonoom gemotiveerd worden.

Een autonome motivatie, waarvan wij allen weten dat het de enige soort motivatie is die blijvend is. De methode van studiebegeleiding is daarvoor heel belangrijk. Ze is gebaseerd op het basisprincipe van de procesbegeleiding en niet op productevaluatie. Daarom moet men hen wel zién studeren en niet alleen overhoren. Een sport leer je ook pas door het proces permanent te sturen.

Ontspanning afhankelijk van de geleverde inspanning

 

Een voorspelbare mate van ontspanning hangt af van een individuele ondervraging van elke leerling van alle te kennen materie voor de volgende dag. Dit is alweer zeer belangrijk voor een grondige motivatie. De leerling moet aangeleerd worden dat zijn aangename ontspanning door hem zélf bepaald wordt, nl. door zijn inzet die de ontspanning moet voorafgaan. (Zoals in't dagelijkse leven?) Daarom geen vaste uren van ontspanning en studie. Wél een begin van de studies die voor allen gelijk is, maar het einde is voor iedereen anders, nl. afhankelijk van een voldoende score voor een test van alle vakken 's avonds.

Alweer belangrijk is de associatie tussen de geleverde inspanning en de mate van ontspanning, waar ze zélf verantwoordelijk voor zijn, en geen externe evaluator als ... de klok. Velen van onze jongeren hebben de neiging om hun mislukkingen extern te attribueren. Slechts door het toekennen van de oorzaken van deze erreurs aan factoren die IN hen liggen, kan een begin van attitudeverandering waarborgen.

Groot vertrouwen van de ouders

 

De ouders van onze leerlingen hebben geen oudercomité of andere vorm van inspraak. Zij vertrouwen op de pedagogiek van de school, maar zijn betalende consumenten en kunnen op eender welk moment volledige inzage krijgen van alles wat er, op eender welk vlak, met hun kind gedaan wordt. Ze kunnen trouwens ook op elk moment dat vertrouwen verbreken. Evenwel hebben ze geen interventierecht in de didactiek, noch in de methodes die gebruikt worden om hun zoon of dochter er weer bovenop te helpen. De informatie die hen gegeven wordt alvorens de leerling wordt ingeschreven is echter zeer omstandig. De dikwijls voorafgaande testing is hiervoor trouwens een uitstekende gelegenheid.

Uiteraard hebben ouders constant, zeg maar dag én nacht, de gelegenheid om naar een stand van zaken te vragen, hetzij persoonlijk, hetzij per brief, fax of mail. Laten we ook niet vergeten dat het voor 85% de ouders zijn die andere ouders doorverwijzen.