Overslaan en naar de inhoud gaan

Meer HR in het onderwijs?

Er is heel wat onrust in het Vlaamse onderwijs. Net als de laatste jaren was er in september heel wat te doen over het lerarentekort. Ieder jaar lezen we analyses en opinies, maar het probleem houdt aan. Waar loopt het dan mis?

 

Het lerarentekort in perspectief

 

Het lerarentekort is eigenlijk geen nieuws meer. Het is een probleem dat al jàren groeit. Voor een aantal vakken zijn leerkrachten -laat staan goeie leerkrachten- moeilijk te vinden. Het beroep lijkt niet aantrekkelijk genoeg. In de zoektocht naar een oplossing komt men jaar na jaar op hetzelfde uit: de lonen moeten omhoog.

Nochtans is een job als leerkracht niet onaantrekkelijk: een voltijdse job telt 20 à 22 lesuren per week, met een loonpakket dat groeit volgens een vaste groeiladder en aan het einde van je carrière ontvang je het maximale pensioen. Bovendien krijg je niet minder dan 75 vakantiedagen per jaar, aan te vullen met alle feestdagen en brugdagen. Wie er na een tijdje in slaagt om vast benoemd te worden zit helemaal gebeiteld.

Er zijn er natuurlijk die toch nog klagen over hun verloning, zoals in iedere sector. Maar in feite kunnen heel weinig sectoren concurreren met het loonpakket van het onderwijs, en al zeker voor de kwaliteit die er geboden (of vereist) wordt.

 

Onderwijs zondigt tegen basisbehoefte

De keerzijde van de medaille is echter dat je -ter controle- een heel uitgebreide papierwinkel moet bijhouden, die weinig met de uiteindelijke kwaliteit van je kerntaak te maken heeft. Lesvoorbereidingen, jaarplannen, opdrachten, verslagen: het neemt vaak meer tijd in beslag dan lesgeven. Daarnaast zou een goede werksfeer op school de beroepsvreugde kunnen compenseren, maar in veel scholen kun je een warme collegiale omgeving helaas ook vergeten. Dit zijn zaken waar leerkrachten zich ongelukkiger door voelen dan hun loon, maar die in de analyse van het lerarentekort onderbelicht blijven.

We betwijfelen dus of de lonen een determinerende factor uitmaken in de analyse van het lerarenberoep. We moeten wellicht veeleer rekening houden met motivationele factoren. Zo stelt de bekende zelfdeterminatietheorie dat mensen behoefte hebben aan autonomie, verbondenheid en competentie. In het onderwijs wordt echter tegen elk van deze drie basisbehoeften gezondigd.

 

1. Autonomie

Veel autonomie krijgen leerkrachten immers niet: je hoort de eindtermen van je vak te halen, en die zijn vaak al vrij krap gedefinieerd. Bovendien moet je telkens kunnen bewijzen dat je leerlingen alle eindtermen behalen zoals vooropgesteld werd door Brussel. Misschien is het wenselijk om net meer pedagogische vrijheid te geven aan leerkrachten, en te vertrouwen in een kwaliteitsvolle lerarenopleiding. Zo kan de planlast en controle deels op de schop, en kan de aandacht terug ten volle naar de kwaliteit van het lesgeven zelf gaan.

 

2. Verbondenheid

In verbondenheid wordt evenmin veel geïnvesteerd: een warm collegiaal klimaat is in veel leraarskamers ver zoek. Directies worden vaak zodanig belast dat ze op de werkvloer weinig aandacht kunnen hebben voor hun personeelsbeleid. Een dynamische werkomgeving met een sterk management kunnen wellicht al helpen om een aangenamere werkcultuur te genereren.

 

3. Competentie

Tenslotte is het lerarenberoep niet bepaald competentiebevredigend: de enige wijze waarop er systematisch feedback wordt gegeven is door middel van functioneringsgesprekken aan het einde van het schooljaar. Daarenboven zijn er weinig promotiekansen en zijn opleidingen vooral gericht op vaardigheden die enkel in het onderwijs zelf aangewend kunnen worden. Zou een systeem van meer directe feedback een grotere beroepstrots kunnen bijbrengen?

 

Conclusie

Er blijven veel kansen onbenut om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken, zelfs zonder de lonen (en dus het budget) te verhogen. En als het dan toch over lonen moet gaan, dan zijn er wellicht creatievere en fiscaal interessantere manieren om dat te doen in plaats van een bruto loonsverhoging.

De internationale onderwijssector heeft de laatste decennia een grote professionalisering doorgemaakt. Er is steeds meer aandacht voor HR, operationele optimalisatie en resultaatgerichte data. Vlaanderen is niet mee in die tendens. De kwaliteit van het onderwijs lijkt niet de grootste zorg, maar wel het behouden van de conservatieve machtsstructuren. Het is immers comfortabeler om al te grote veranderingen te vermijden en de hete aardappel naar een minister door te schuiven.

Volgend jaar in september krijgen we wellicht dezelfde analyse van het lerarentekort voorgeschoteld, met dezelfde conclusie. En dan zal men weer verontwaardigd zijn dat er niets verandert…