Overslaan en naar de inhoud gaan

Lessen uit de Chinese ban op privéonderwijs

In de loop van de zomer legde de Chinese overheid privéonderwijs in een vingerknip aan banden. Ze willen op die manier de kosten van gezinnen verlagen en jonge ouders stimuleren om meer kinderen te krijgen. Tegelijk verbant Peking echter een miljardensector die op excelleren gericht is en de onderwijskwaliteit stimuleert. Kan Vlaanderen er lessen uit trekken? Biedt de Vlaamse leerplicht dan meer mogelijkheden dan het communistische onderwijs?

 

Eenkindpolitiek

In 1979 voerde China de éénkindpolitiek in om de bevolkingsgroei te beperken. Uiteindelijk resulteerde dit in een groeiende vergrijzing, die steeds zwaarder weegt op de begroting. Om de economie performant te houden is meer mankracht nodig. Sinds 2015 probeert men het tij te keren door de éénkindpolitiek af te bouwen en Chinezen te stimuleren om grotere gezinnen te stichten, maar het is duidelijk dat dit tijd zal kosten. Vorig jaar was het geboortecijfer nog historisch laag.

 

Hoge kost om familiestatus te behouden

Jonge koppels blijven namelijk kiezen voor één kind. Eén van de redenen daarvoor is de hoge kost van onderwijs. Om de hoge status van een familie te behouden (of te bereiken) is het in de collectivistische Chinese samenleving essentieel dat een kind aan een elite-universiteit kan studeren. Enkel die opleidingen openen immers de deur voor topjobs, die de status van de hele familie verhogen. Zo’n Chinese staatsuniversiteit hanteert echter een onverbiddelijk ingangsexamen, waarbij enkel de excellerende studenten weerhouden worden.

Ouders doen er dus goed aan om te investeren in kwaliteitsvolle (naschoolse) privélessen voor hun kind, opdat deze zich zou kunnen onderscheiden van de rest. In de loop der jaren is de vraag naar naschools privéonderwijs dan ook sterk gegroeid. Er gingen gemakkelijk prijzen rond van $200 per bijles. Daarmee tikt de factuur al snel pittig aan. Zo’n investering kan men zich slechts permitteren voor één kind, dus houden jonge koppels het daar ook bij.

Nu de economische groei in China stilaan vertraagt worden de beleidsmakers in Peking ongerust. Er zijn meer ingrijpende maatregelen nodig om mensen te motiveren om meer kinderen te krijgen. Daarom besloot de Chinese overheid deze zomer met één pennentrek om privéonderwijs te verbieden. De miljardensector was in één dag niets meer waard. De bedoeling is om het onderwijs alvast goedkoper te maken, zodat ouders geen rekening meer hoeven te houden met de zware investering.

 

Kiest China om een stap achteruit te zetten?

Men zou kunnen denken dat dit een eerlijker systeem is. Op deze manier speelt immers het vermogen van de familie geen rol meer in kansen op slagen, maar wel de intrinsieke capaciteiten van het kind. In China geldt immers schoolplicht, en doorloopt iedereen verplicht dezelfde opleiding, zolang men geen privélessen geniet. Het is echter dankzij dat privéonderwijs dat men kon excelleren en dus de onderwijskwaliteit kon groeien. De verwachting is dus dat China er nu bewust voor kiest om met de komende generatie een serieuze stap achteruit te zetten in de onderwijskwaliteit.

Het is dus net de vrije keuze voor privéonderwijs die mensen kan stimuleren om te willen excelleren. Die ambitie is op langere termijn belangrijk, omdat de economie natuurlijk goed vaart bij jonge ambitieuze ondernemers. Zet China dat nu op lange termijn onder druk? Het is een euvel waar we in Vlaanderen over kunnen meespreken. OESO-onderzoek suggereert dat de ambitie van scholieren nergens zo laag ligt als in Vlaanderen. Privéonderwijs wordt bij ons dan ook niet gestimuleerd: net als in China is het onderwijssysteem gratis. Bovendien kennen wij geen verplicht staats- of ingangsexamen waarbij diegenen met ambitie zich moeten onderscheiden van jan modaal.

In Vlaanderen hebben we dus een gelijkaardige egalitaire visie op onderwijs als China. Er ontstaat een spanningsveld tussen gelijkheid van kansen enerzijds, en het aanwakkeren van ambitie (en de economie) anderzijds. De vraag is dan ook of men onderwijs wil beschouwen als een dienst die aan de burger de vrijheid laat om er gebruik van te maken, of de keuze laat voor een alternatief? Er zijn overigens nog andere grondrechten waarbij burgers de keuze kunnen maken tussen een overheidsinitiatief of een privéonderneming, en waarbij de kwaliteit van de dienstverlening duidelijk doorslaggevend is, zoals in het (openbaar) vervoer of de medische sector.

 

Conclusie

Anders dan China kiest Vlaanderen voor leerplicht in plaats van schoolplicht. Iedereen heeft dus vrijheid van onderwijs: de vrije keuze om zijn opleiding zelf te organiseren, op de manier die voor jou best past. Waar het reguliere systeem steken laat vallen kan een privéonderneming de oplossing aanbieden. Waar het Vlaamse onderwijs eenheidsworst draait, kan men ervoor kiezen om zich te onderscheiden en ambitie te kweken. Veel Vlamingen beseffen niet dat die keuzevrijheid bestaat en rijden zich vast in een niet-stimulerend onderwijstraject. Dat kost een investering, maar met een hoog rendement.